Stadsrekening 2017
PCPortal

Indicatoren

Realisatie 2016

Doelstelling 2017

Realisatie 2017

Vergroten van het veiligheidsgevoel van de Nijmeegse burger

1.1    dat zich vaak of soms onveilig voelt in de woonbuurt, voor de wijken waar de gemeente samen met andere partners extra inspanningen verricht op het gebied van veiligheid

-%

< 25%

22%

1.2    dat zich vaak of soms onveilig voelt in de woonbuurt, voor heel Nijmegen

-%

< 18%

15%

Reductie van het aantal incidenten

2.1    Aantal aangiften woninginbraak (pogingen)

109

< 250

127

2.2    Aantal aangiften woninginbraak (geslaagde inbraken)

565

< 737

432

2.3    Aantal aangiften auto-inbraak

1040

< 1451

1102

2.4    dat in de woonbuurt vaak overlast van jongeren ervaart, voor de wijken waar de gemeente samen met andere partners extra inspanningen verricht op het gebied van veiligheid)

-%

< 20%

20%

2.5    dat in de woonbuurt vaak overlast van jongeren ervaart, voor heel Nijmegen

-%

< 13%

14%

2.6    Recidivepercentage voor zwaarste casussen in Veiligheidshuis (top-150)

-

-

-

2.7    Aantal meldingen bij de Brandweer

1477

< 1560

1582

Toelichting
De indicatoren sluiten aan bij de gewenste maatschappelijke opbrengst: een stad waarin burgers zich in hun woon- en werkomgeving en op straat veilig voelen. In zoverre relevant wordt in dit hoofdstuk per indicator ook geduid wat de betreffende indicator zegt over de grip die gemeente en veiligheidspartners hebben op doelgroepen die een groot aandeel hebben in criminaliteit of ernstige overlast. Daarbij past overigens de notie dat er nooit één-op-één een relatie valt te leggen tussen gemeentelijke inspanningen en cijfermatige resultaten. Daarvoor zijn de factoren die inwerken op criminaliteit en overlast te complex.

1.1 en 1.2. Bron: Nijmeegse Burgerpeiling
De onveiligheidsgevoelens monitoren we met de tweejaarlijkse Burgerpeiling. Het laatste peiljaar was 2017. Behalve dat we de ontwikkeling van de onveiligheidsgevoelens in heel Nijmegen volgen, kijken we ook specifiek naar de onveiligheidsgevoelens in de aandachtsgebieden. In die gebieden vinden extra inspanningen ten behoeve van het woon- en leefklimaat plaats, onder meer op het vlak van veiligheid.

In de aandachtsgebieden voelde zich bij de laatste peiling in 2017 22% in de woonbuurt vaak of soms onveilig. In het peiljaar 2015 bedroeg  dat 23% , in 2013 was het 25% en in 2011 nog 26%. In heel Nijmegen voelde 15% zich in de woonbuurt vaak of soms onveilig (was 16,5% in 2015, 18% in 2013 en 19% in 2011). De uitkomsten voor 2017 waren dus gunstiger dan het geformuleerde doel. We zien een al enkele jaren een geleidelijke daling van de onveiligheidsgevoelens, zowel in de aandachtsgebieden als in de rest van Nijmegen.

2.1 en 2.2. Bron: politieregistratie
Woninginbraak behoort tot de delicten waarvan bekend is dat een relatief groot deel door veelplegers wordt
gepleegd. Daarom is deze indicator ook een aanwijzing voor de mate waarin de gemeente en haar partners grip
hebben op deze groep. Onderscheid tussen pogingen en geslaagde inbraken is van belang. Inspanningen gericht op meer inbraakpreventie kunnen zich vertalen in een andere verhouding tussen het aantal pogingen en geslaagde inbraken.

Het aantal geregistreerde woninginbraken was in 2017 weer beduidend gedaald (559), terwijl de cijfers in 2015 en 2016 (674 respectievelijk 678) al fors lager waren ten opzichte van 2012 (1.447), 2013 (1.335) en 2014 (837). Het aantal voor 2017 is gunstiger dan het geformuleerde doel.

Bij 23% van de in 2017 geregistreerde woninginbraken ging het om pogingen tot woninginbraak. In de jaren 2015 en 2016 was het aandeel pogingen lager (respectievelijk 21% en 16%). Dat betekent dat het aantal geslaagde woninginbraken in 2017 met 432 lager was dan in 2015 en 2016 (537 respectievelijk 565). Bevolkingsonderzoek - de landelijke Veiligheidsmonitor 2016 - laat zien dat Nijmegenaren ten opzichte van de benchmarksteden een gemiddeld aantal technische maatregelen tegen woninginbraak toepassen. Gevraagd is naar de volgende vier maatregelen: extra veiligheidssloten of grendels op buitendeuren, (rol)luiken voor ramen en/of deuren, buitenverlichting en een alarminstallatie. Gemiddeld passen Nijmegenaren tussen de 1 en 2 maatregelen toe.

2.3 Bron: politieregistratie
Auto-inbraak behoort eveneens tot de delicten waarvan bekend is dat een relatief groot deel door veelplegers
wordt gepleegd. Daarom is ook deze indicator een aanwijzing voor de mate waarin de gemeente en haar partners grip hebben op deze groep. Het aantal geregistreerde auto-inbraken daalde fors na een piek in 2013 (1726). In 2016 lag het aantal (1040) ruim 20% lager dan in 2015 en 40% lager dan in 2013. In 2017 is er echter weer sprake geweest van een stijging (naar 1102) – als gevolg van een eenmalige piek in de maand mei; met in totaal 164 auto-inbraken die maand vanwege de activiteit van een bende autodieven. Maar daarmee is het aantal over 2017 nog altijd gunstiger dan het geformuleerde doel.

2.4 en 2.5 Bron: Nijmeegse Burgerpeiling
Overlast van (groepen) jongeren is één van de meest genoemde redenen voor onveiligheidsgevoelens in de
woonbuurt. De ervaren jeugdoverlast monitoren we via de tweejaarlijkse Burgerpeiling. Het laatste peiljaar was 2017. Behalve dat we de ontwikkeling van de ervaren jeugdoverlast in heel Nijmegen volgen, kijken we ook specifiek naar de ervaren jeugdoverlast in de aandachtsgebieden. In die gebieden vinden extra inspanningen ten behoeve van het woon- en leefklimaat plaats, onder meer op het vlak van veiligheid. Daarbij moet bedacht worden dat niet alle inspanningen gericht op jeugdoverlast gebiedsgebonden zijn. Denk hierbij aan de aanpak van risicojongeren en jeugdgroepen via het Veiligheidshuis.

Het percentage bewoners in aandachtsgebieden dat in de woonbuurt vaak overlast van jongeren ervaart lag in 2017 op 20%, een stijging van 1-procentpunt ten opzichte van de peiljaren 2011, 2013 en 2015. Daarmee lag het percentage voor 2017 nipt boven het gestelde doel (<20%). Het percentage dat in de woonbuurt vaak overlast van jongeren ervaart lag in 2017 voor heel Nijmegen op 14%. Dat percentage is 2 procentpunten hoger dan in de peiljaren 2013 en 2015 en net boven het voor 2017 gestelde doel (<13%).

Bij de peiling in 2017 waren de meest genoemde redenen voor de onveiligheidsgevoelens: mensen in de buurt die men vanwege hun gedrag niet vertrouwt (door 11%  genoemd), groepen jongeren op straat (8%), donkere/slecht verlichte plaatsen (7%), drugsdealers/drugsverslaafden (5% ), stille/afgelegen plaatsen (4% ) en de criminaliteit in de buurt (5% ). In 2011 was jongerenoverlast nog de meest genoemde reden voor onveiligheidsgevoelens.

Bij de peiling in 2017 werd jongerenoverlast ongeveer even vaak als in 2015 en 2013 genoemd als één van de belangrijkste buurtproblemen (door 5,5% van de Nijmegenaren) en ook even vaak  als in de peiljaren 2015 en 2013 aangeduid als één van de belangrijkste stadsproblemen (door 2% van de Nijmegenaren).

2.6 Bron: registratie Veiligheidshuis
In de Stadsrekening 2016 hebben we al aangekondigd om elke twee jaar een rendementsanalyse te zullen voeren. In 2015-2016 is hiervoor al een eerste vingeroefening gedaan, die heeft laten zien dat het Veiligheidshuis een effectief en kostengunstig instrument is. Behalve kosteneffectiviteit leidde de coördinatie vanuit het Veiligheidshuis tot aanzienlijke verbetering in de leefsituatie van betrokkene en in een meerderheid van de onderzochte casussen zelfs tot het stoppen van recidive. In 2018 volgt een nieuwe rendementsanalyse.

2.7 Bron: registratie Brandweer
In 2015 en 2016 lag het aantal meldingen stabiel laag in vergelijking met onze indicator. Daarom hebben we in 2016 de indicator (was: <1816) naar beneden bijgesteld. In 2017 zagen we een behoorlijke stijging van het aantal meldingen, dat met 1582 licht boven de nieuwe indicator uitstijgt. Op dit totaal was er in 535 gevallen sprake van hulpverleningen, een toename van 71 ten opzichte van 2016 en grotendeels verklaarbaar door de storm van 23 en 24 februari 2017. Ook het aantal brandmeldingen nam ten opzichte van het voorgaande jaar iets toe - en wel met 40, culminerend in een totaal van 381 brandmeldingen in 2017. Hiervoor is niet direct een verklaring te geven, omdat het aantal brandmeldingen jaarlijks fluctueert.