Stadsrekening 2017
PCPortal

Indicatoren

Realisatie 2016

Doelstelling 2017

Realisatie 2017

Gebruik voorzieningen sociaal domein als geheel

Aandeel huishoudens met 1 of meer voorzieningen zorg, werk, inkomen, jeugd

31%

in 2018 beschikbaar

Idem onder huishoudens, niet-westers, zonder kinderen

59%

in 2018 beschikbaar

Idem onder huishoudens, niet-westers, met kinderen

64%

in 2018 beschikbaar

Idem onder huishoudens, westers, eenouder

54%

in 2018 beschikbaar

Aandeel huishoudens met 5 of meer voorzieningen zorg, werk, inkomen, jeugd

4%

in 2018 beschikbaar

Beschikking voor maatwerkvoorziening

Aantal cliënten Wmo hulpmiddelen (rolstoelen, vervoer, woonvoorziening)

5.200

5.600

Aantal cliënten Wmo huishoudelijke hulp

4.300

4.450

Aantal cliënten Wmo ondersteuning (begeleiding, dagbesteding)

3.000

3.200

Aantal cliënten Wmo verblijf (beschermd wonen)

1.000

1.000

Aantal cliënten Jeugdhulp (zonder en met verblijf)

2.550

2.850

Sociale wijkteams en regieteams

Aantal aanmeldingen

7.800

9.700

Aandeel uitvoeringsplannen sociale wijkteams waarbinnen zelfredzaamheid is toegepast

niet beschikbaar

-

niet beschikbaar

Aandeel afgeronde uitvoeringsplannen sociale wijkteams dat dat heeft geleid tot verbetering van de zelfredzaamheid

niet beschikbaar

-

niet beschikbaar

Aandeel huishoudens binnen aanpak sociale wijkteams en regieteams waarop tweedelijnszorg van toepassing is

niet beschikbaar

-

niet beschikbaar

Tevredenheid cliënten Wmo met contact sociale wijkteams

65%

%

75%

Tevredenheid cliënten jeugdhulp met contact sociale wijkteams

56%

%

56%

Tevredenheid ouders cliënten jeugdhulp met contact sociale wijkteams

66%

%

69%

Integrale aanpak: nieuw aangemelde casussen regieteams

150

125 (t/m november)

Gezondheid en welzijn bevolking

Aandeel inwoners dat zich gezond voelt

 (2015) 76%

stijging%

78%

Aandeel inwoners onder lager opgeleiden dat zich gezond voelt

(2015) 54%

stijging%

62%

Aandeel inwoners dat voor zichzelf kan zorgen

 (2015) 91%

stijging%

92%

Aandeel inwoners dat zich (zeer) ernstig eenzaam voelt

(2015) 8%

stabiel%

12%

Aandeel inwoners dat zich inzet voor anderen (vrijwiligerswerk, mantelzorg, overige hulp, buurtactiviteiten)

(2015) 52%

stabiel%

55%

Waardering sociaal klimaat (schaalscore)

(2015) 5,8

stijging

5,8

Aandeel volwassenen met overgewicht

(2012) 40%

daling%

(2016) 39%

Aandeel zelfstandig wonende 75-plussers

92,8%

stabiel

in 2018 beschikbaar

Toelichting
Hieronder geven wij per categorie indicatoren een nadere toelichting. Deze is uitgebreider terug te vinden in de Stads- en wijkmonitor 2018. Jaarlijks worden de getallen op het gebied van Zorg en Welzijn geactualiseerd.

Gebruik voorzieningen sociaal domein als geheel
Twee derde van de Nijmeegse huishoudens (peildatum 1 januari 2016) komt niet voor  in deze registraties, bijna een derde wel. Hierbij is er een sterke mate van stapeling, d.w.z. dat veel personen en huishoudens van meerdere regelingen gebruik maken en ook dat een relatief klein aandeel van de huishoudens een groot deel van het gebruik bepaalt (4% van de huishoudens maakt aanspraak op meer dan 40% van de regelingen). Het gebruik van (sociale) voorzieningen is ongelijk verdeeld. Het volgt het sociaal economisch profiel van de bevolking. Tot de huishoudens met stapeling  horen naar verhouding veel eenoudergezinnen en huishoudens van niet-westerse komaf, en veel meer mensen uit huur- dan koopwoningen. Hiermee hangen duidelijke gebiedsconcentraties in de aandachtswijken samen. In de stadsdelen Nijmegen-Oud-West en Dukenburg is het percentage huishoudens met stapeling van regelingen (5 of meer) het hoogst (6 à 7%), gevolgd door Nijmegen-Zuid, Nijmegen-Nieuw-West en Lindenholt (4 à 5%). Deze meting c.q. analyse wordt iedere twee jaar uitgevoerd, het betreft hier de meting van 2016. In 2018 wordt een nieuwe meting uitgevoerd.

Beschikking voor maatwerkvoorziening
Het aantal cliënten voor maatwerkvoorzieningen binnen de Wmo is de laatste jaren licht toegenomen. Wel zijn er verschillen tussen de verschillende zorgsoorten. Uit de cliëntervaringsonderzoeken uit 2016 en 2017 komt een overwegend positief beeld. Het aantal cliënten dat een beroep doet op maatwerkondersteuning vanuit de Wmo  is in 2017 ruim 11.000. Dit is dus exclusief de aantallen die een beroep doen op algemene Wmo-voorzieningen van bijvoorbeeld welzijns- en vrijwilligersorganisaties. Daarbij is op het peilmoment derde kwartaal 2017 het aantal cliënten hulpmiddelen (rolstoelen, vervoer en woonvoorzieningen)  het grootst (bijna 6000). Daarna volgen de cliëntenaantallen voor huishoudelijke hulp (ruim 4000) en ondersteuning (ambulante begeleiding en dagbesteding, samen ruim 3000). In de eerste maanden van 2017 was er een flinke stijging van het aantal cliënten met ambulante begeleiding, terwijl daarbij ook de intensiteit (zwaarte, duur) lijkt te zijn toegenomen. Het aantal Nijmegenaren dat een beschikking heeft voor zorg met verblijf (beschermd wonen GGZ) is ongeveer 1000. Het totaal van de vier onderscheiden zorgsoorten is hoger dan 11.000 omdat een aanzienlijke groep van meerdere soorten voorzieningen gebruik maakt.
Het aantal cliënten voor maatwerkvoorzieningen binnen de jeugdhulp is het laatste jaar met ongeveer 400 cliënten toegenomen. Uit de cliëntervaringsonderzoeken komt voor 2017 een iets beter rapportcijfer uit de bus dan in 2016. Het aantal cliënten dat een beroep doet op individuele jeugdhulpvoorzieningen ligt in het derde kwartaal van 2017 op zo’n 2800. Hierbij krijgen zo’n 2600 cliënten een vorm van ambulante hulp en zo’n 400 jeugdhulp met verblijf. Voorbeelden van jeugdhulp zonder verblijf zijn dagbehandeling bij of ambulante hulp door een zorgaanbieder, jeugdGGZ en dyslexie, maar ook jeugdbescherming en jeugdreclassering. Vormen van  jeugdhulp met verblijf zijn de gezinshuizen, pleegzorg en jeugdzorgplus (intensieve zorg in een gesloten instelling). Ook nu is er een groep die meerdere  soorten hulp ontvangt waardoor de optelling van cliënten van soorten jeugdhulp hoger is dan het totaal aantal unieke cliënten. Alles bij elkaar is er tussen begin 2016 en derde kwartaal 2017 sprake geweest van een toename met 400 unieke cliënten die op de peildatum een beroep doen op jeugdhulp. Voor het grootste deel betreft het  toename van cliënten in de jeugdhulp zonder verblijf. In absolute zin zijn Lindenholt, Dukenburg, Noord en Oost de stadsdelen met de meeste cliënten. In relatieve zin zijn Lindenholt en Hatert de koplopers (10-11%) en doen in Zuid, Centrum en Oost naar verhouding de minste kinderen een beroep op jeugdhulp (6%).

Sociale wijkteams en regieteams
De registratie van de Sociale Wijkteams is ondergebracht in het zogenaamde WIZportaal, in beheer bij Sterker sociaal werk. Van alle  casussen worden daarin de gegevens en voortgang vastgelegd. Volgens het bestand per december 2017 zijn sinds de start van de wijkteams  ongeveer 26.000 aanmeldingen geregistreerd. Uit de gegevens valt af te leiden dat het daarbij gaat om zo’n 15.000 verschillende unieke personen. Het wijkteamgebied met het grootste aantal cliënten is Dukenburg (bijna 3000), gevolgd door Oost en Hatert (resp. 2000 en 1800). Een jaar geleden bleek dat het aantal aanmeldingen tussen 2015 en 2016 was gestegen. Tussen 2016 en 2017 is dit opnieuw het geval, voor elke maand en voor alle teamgebieden. Het totaal aantal aanmeldingen in 2016 was bijna 8000, in 2017 bijna 10000. Dukenburg is het stadsdeel met de grootste aantallen aanmeldingen in 2016 en 2017 (resp. iets minder en iets meer dan 2000). Uit de aantallen aanmeldingen kan worden afgeleid dat de betekenis van de teams als toegangspoort voor ondersteuning en zorg  sterker wordt. Met name geldt dit voor de maatwerkvoorzieningen Wmo (excl. beschermd wonen dat via de GGD gaat) en in mindere mate de jeugdhulp.

Bekendheid sociale wijkteams bij burgers:
•18% van de Nijmegenaren is redelijk of goed op de hoogte van het bestaan en de functie van de sociale wijkteams; 28% heeft er wel van gehoord, maar weet er verder weinig vanaf. Meer dan de helft (54%) is er helemaal niet mee bekend.
•18% weet waar het sociaal wijkteam voor de buurt, waar men woont, gevestigd is.
•5% heeft in de afgelopen twee jaar contact met het sociaal wijkteam gehad; 62% is tevreden over de ondersteuning of doorverwijzing die men van het sociaal wijkteam gekregen heeft; 12% is daar ontevreden over.
•In de aandachtsgebieden, uitgezonderd Nieuw-West, en onder personen met een lagere sociaaleconomische status is het bereik van de sociale wijkteams groter (7 tot 9%) dan gemiddeld (5%).
Binnen de groep respondenten die op de hoogte is van de sociale wijkteams heeft bijna 12% het sociaal wijkteam in de wijk wel eens bezocht of contact gezocht, voor hulp t.b.v. zichzelf, partner, kinderen of iemand anders. Samen gaat het om ruim 7500 personen. Fysieke en psychische gezondheid zijn het vaakst als reden genoemd (elk 20%). Daarnaast is er een scala aan uiteenlopende redenen, zoals financiële problemen, hulp bij verstandelijke beperking, eenzaamheid, gedragsproblemen en opvoeding kinderen. Ook nu is bijna twee derde tevreden met de ondersteuning van het sociaal wijkteam of de verkregen doorverwijzing (16% zeer tevreden, 47% tevreden), een kwart heeft een neutraal oordeel of weet het niet en een iets groter deel dan bij de Stips is ontevreden (8% ontevreden, 4% zeer ontevreden).

Gezondheid en welzijn bevolking
Meer inwoners dan in 2015 vinden hun eigen gezondheid goed of zeer goed. Vooral 75-plussers, inwoners met een lagere opleiding en een niet-westerse migrantenachtergrond zijn positiever geworden over hun gezondheid. Gekeken naar leefstijl is positief dat het aandeel rokers voor het eerst afneemt. Onder jongeren zet de daling van het alcoholgebruik verder door. Overgewicht blijft een aandachtspunt.