Stadsrekening 2017
PCPortal

Rekening 2017

Baten

Lasten

Bedragen x 1 mln

€ 0,6

€ 2,6

€ 6,8

€ 43,3

€ 7,0

€ 52,6

€ 0,5

€ 7,0

€ 1,5

€ 19,9

Totaal

€ 21,1

€ 197,3

Zorg en WelzijnBegroting 2017 na wijzigingRekening 2017Verschil
* € 1.000,-
Financiële lasten per programma
Diversiteit2.5552.592-37
Maatwerkvoorzieningen39.22143.330-4.109
Jeugd48.19152.605-4.414
Opvang en beschermd wonen73.50771.8211.686
Publieke Gezondheid7.1247.04480
Welzijn20.12219.903219
Totaal lasten programma190.721197.296-6.575
Financiële baten per programma
Diversiteit-615-63420
Maatwerkvoorzieningen-6.735-6.75217
Jeugd-6.036-6.978942
Opvang en beschermd wonen-4.786-4.674-113
Publieke Gezondheid-443-47632
Welzijn-1.531-1.5387
Totaal baten programma-20.147-21.051905
Totaal programma170.574176.244-5.670N

Saldo van baten en lasten

Begroting 2017 na wijziging

Rekening 2017

minder / meer
uitgegeven

1,9

2,0

€ 0,0

32,5

36,6

€ 4,1

42,2

45,6

€ 3,5

6,7

6,6

€ 0,1

18,6

18,4

€ 0,2

Totaal

170,6

176,2

€ 5,7

Aan het programma Zorg en Welzijn geven we per saldo € 176,2 miljoen uit. Het grootste deel van het beschikbare budget is ingezet voor de producten Opvang en Beschermd Wonen (38%), Jeugd (26%) en Maatwerkvoorzieningen (21%). Ten opzichte van de begroting is er € 5,7 miljoen meer uitgegeven. Uitgedrukt als percentage van de begroting komt dit neer op een afwijking van 3,0%.
We realiseren een voordeel van € 1,3 miljoen op de klassieke Wmo-taken (huishoudelijke hulp en Wmo-hulpmiddelen). De decentralisatietaken Jeugd, Wmo en Wmo Beschermd Wonen leiden per saldo tot een nadeel van € 7,2 miljoen. Op de overige producten (Diversiteit, Publieke gezondheid en Welzijn) is een positief resultaat behaald van € 0,3 miljoen. Het negatieve resultaat op het programma lichten we hieronder op hoofdlijnen toe.

De decentralisaties Wmo en Jeugd

Op de decentralisatieopgaven hebben we in 2017 per saldo een nadelig resultaat behaald van € 7,2  miljoen. Hieronder geven we per decentralisatieopgave een korte toelichting.
Op de decentralisatietaak Wmo is het nadeel € 5,2 miljoen. Dit nadeel wordt voornamelijk veroorzaakt doordat er significant meer uren ambulante begeleiding zijn ingezet. Dit levert een nadeel op van € 5,7 miljoen. Tegenover dit nadeel staan enkele voordelen, namelijk: arbeidsmatige dagbesteding (€ 0,1 miljoen) en reguliere dagbesteding (€ 0,4 miljoen).  
Op de decentralisatietaak Wmo Beschermd Wonen is per saldo een voordeel ontstaan van € 1,2 miljoen. Het voordelige resultaat is voornamelijk toe te schrijven aan de lagere uitgaven op de zorgkosten (Zorg in Natura en PGB). Dit levert per saldo een voordeel op van € 1,5 miljoen. Daarentegen hebben we een nadelig resultaat behaald van € 0,1 miljoen doordat we minder eigen bijdragen van cliënten hebben ontvangen via het CAK.
Tenslotte is op de decentralisatietaak Jeugdzorg een nadelig resultaat behaald van € 3,2 miljoen. Dit nadeel is het gevolg van een hoger beroep op ambulante begeleiding en residentiële jeugdzorg. Daarnaast is er een voordeel op het persoonsgebondenbudget.

Wij willen benadrukken dat het resultaat op de decentralisatietaken Wmo en Jeugd nog niet definitief is. De zorgaanbieders dienen hun productie over het jaar 2017 nog te verantwoorden. Daarnaast hebben wij de uitgaven van de PGB vooralsnog gebaseerd op de prognosetool van de SVB; budgethouders met een PGB kunnen hun declaraties van hun budget 2017 voorlopig nog indienen.
 
Klassieke Wmo-taken (Huishoudelijke Hulp en Hulpmiddelen)
Op de klassieke Wmo-taken is een voordeel gerealiseerd van € 1,3 miljoen. Dit voordeel is opgebouwd uit de volgende drie componenten.
Op de Huishoudelijke verzorging is het voordeel € 0,7 miljoen. Dit positieve resultaat wordt grotendeels veroorzaakt doordat  resterende middelen 2016 niet volledig zijn ingezet voor de tijdelijke regeling Huishoudelijke Hulp Toelage.
Op Hulpmiddelen is het voordeel € 0,4 miljoen. Dit positieve resultaat heeft nog te maken met de overgang van koop naar huur van nieuwe hulpmiddelen. De kosten van het huurbestand lopen echter weer langzaam op en we zien bij rolstoelen en woningaanpassingen weer een lichte stijging van de uitgaven. Ook de wijziging in de vervoerssystematiek die in 2016 is geëffectueerd draagt bij aan het voordeel. Op de persoonsgebonden budgetten (PGB) voor huishoudelijke hulp is een voordeel gerealiseerd van € 0,2 miljoen. Daarnaast is er sprake van een nadeel van € 0,1 miljoen door lagere opbrengsten uit eigen bijdragen (CAK).

Overige voorzieningen/producten
Op de overige producten (Diversiteit, Publieke gezondheid en Welzijn) is een voordelig resultaat behaald van € 0,3 miljoen. Op de centrumfunctie (regionaal) Vrouwenopvang en huiselijk geweld (product Opvang en Beschermd Wonen) is een voordeel van € 0,4 miljoen gerealiseerd. Het product Welzijn sluit het jaar af met een voordelig resultaat van € 0,2 miljoen. Het voordeel is voornamelijk veroorzaakt doordat de subsidiebudgetten en de beschikbare middelen voor het mantelzorgcompliment niet volledig zijn ingezet. Het product publieke gezondheid sluit af met een voordelig resultaat van € 0,1 miljoen. Gedurende het jaar is er terughoudend omgegaan met de inzet van de beschikbare middelen om het tekort op het programma te dempen.

Bij de Slotwijziging hebben we een bandbreedte aangegeven voor het resultaat 2017. De verwachting was dat het resultaat, na de onttrekking van € 3 miljoen aan de bestemmingsreserve Wmo-Jeugd bij de Slotwijziging,  zou liggen tussen een tekort van  € 0 miljoen en € 6 miljoen. Het negatieve jaarresultaat van € 5,7 miljoen ligt binnen die bandbreedte van de prognose bij de Slotwijziging.  Over het gehele jaar is het negatieve resultaat derhalve € 5,7 + € 3 miljoen = € 8,7 miljoen.

Binnen het programma Zorg en Welzijn hebben we de bestemmingsreserves Wmo-Jeugd en Wmo Beschermd Wonen. Deze bestemmingsreserves zijn bedoeld voor het ondersteunen van het transformatieproces in de zorg (maatschappelijke businesscases) en het opvangen van knelpunten en risico’s binnen het programma.  Overschotten en tekorten worden -conform afspraken in het Coalitieakkoord- allereerst gemuteerd in de bestemmingsreserves.

Bestemmingsreserve Wmo Beschermd Wonen: resultaatbestemming 2017
Conform afspraken in het coalitieakkoord, het regionale karakter van deze Rijksmiddelen en de regionale afspraken met betrekking tot de vrouwenopvang en beschermd wonen, stellen wij voor om het positieve resultaat van Wmo beschermd wonen en Vrouwenopvang/huiselijk geweld toe te voegen aan de bestemmingsreserve. Het gaat in totaal om een bedrag van € 1.573.000.

Bestemmingsreserve Wmo en Jeugd: resultaatbestemming 2017  
Conform afspraken in het coalitieakkoord stellen wij voor om het resultaat van de overige producten van het programma te muteren op de bestemmingsreserve. Per saldo gaat het om een bedrag van € 7.243.000. Door de recente onttrekking uit het de reserve in het kader van het Interventieplan fase 2 is de bestemmingsreserve Wmo-Jeugd uitgenut. Hiermee is een beroep op de saldireserve onvermijdelijk geworden.