Stadsrekening 2017
PCPortal

Indicatoren

Realisatie 2016

Doelstelling 2017

Realisatie 2017

Algemeen

Energiebesparing stad t.o.v. 2008 (gebouwde omgeving)

17%

17%

volgt ..%

Megawatt/h duurzame energieopwekking

236.171

233.000

242.000

Energiebesparing eigen organisatie t.o.v. 2008

21%

16%

volgt ..%

% corporatiewoningen met een energielabel B of beter

37%

85%

volgt ..%

Aantal particuliere woningen energiezuiniger door Energieaanpak

2.867

vervalt

vervalt

% dat in de woonbuurt vaak of soms geluidsoverlast door wegverkeer ervaart

24%

21%

27%

% dat in de woonbuurt vaak of soms stankoverlast ervaart

24%

20%

23%

Aantal km wegvak met overschrijding grenswaarde stikstofdioxide (NO2)

0km

0km

0km

% tevredenheid over groen en water

69%

72%

71%

Afname woonareaal zonder 0,5 hectare aaneengesloten groen en water binnen 300 meter

50%

100%

100%

Stabiele restlevensduur rioolstelsel

-0,7%

0%

-0,79%

Toelichting

-  De energiecijfers van het stedelijk verbruik (indicator 1) en van de eigen organisatie (indicator 3) zijn nog niet bekend. Deze volgen in het tweede kwartaal van 2018.

-  Indicator 2: Het gaat hierbij om een benadering op basis van opgesteld duurzaam energiepotentieel. Maw we kunnen dit niet meten, het is dus een schatting op basis van best beschikbare bronnen.
De verklaring is dat de toename van Duurzame Energie  in de praktijk niet gelijkmatig  gaat  maar schoksgewijs.  Bijvoorbeeld door  ingebruikname warmtenet of realisatie windturbines krijg je er ineens een flinke hap bij.  Deze ontwikkelingen  icm de snelle toename van het aandeel zonne-energie (o.a. zonnepark ENGIE) vormen de voornaamste verklaring voor de forse toename. De prognose (doelen) is gebaseerd op een model dat wel uitgaat van een gelijkmatige groei. Zo kan et zin dat het resultaat in een jaar ineens fors stijgt t.o.v. het tussendoel.
Dat betekent niet dat we er zijn: of we de gestelde doelen in 2020 halen hangt ervan af of de investeringen in nieuwe grootschalige installaties (biomassa, zon en wind)  gedaan kunnen worden en voor 2020 operationeel zijn.

- Indicator 4:  We hebben nog niet van alle woningcorporaties het overzicht van de energielabels van 2017 ontvangen ook deze volgen in het tweede kwartaal van 2018. In 2016 was het percentage corporatiewoningen met een energielabel B of beter 37%.
In het coalitieakkoord 2014-2018 is de ambitie opgenomen om samen met de woningcorporaties te bereiken, dat alle sociale huurwoningen binnen deze Raadsperiode minimaal energielabel B krijgen. Deze ambitie bleek financieel en organisatorisch niet realistisch te zijn. Samen hebben we een aangepaste ambitie geformuleerd: alle sociale huurwoningen op een gemiddeld energielabel B in 2018 (Woonvisie, januari 2016). Dit betekent een versnelling van twee jaar van de huidige landelijke doelstelling. De indicator gaan we hierop aanpassen.
In december zijn de prestatieafspraken met de corporaties (en huurdersorganisaties) geactualiseerd en ondertekend.

- De doelstelling mbt aantal particuliere woningen energiezuiniger door Energieaanpak (indicator 5) is per 1 januari 2016 vervallen, omdat toen de regeling stopgezet is en er geen aanvragen meer gedaan konden worden.  De uitvoering van de regeling liep nog wel door in 2016 en daarmee is het eindtotaal op 2867 woningen gekomen

- indicator 6 geeft het % huishoudens dat in de woonbuurt vaak of soms geluidsoverlast door wegverkeer ervaart: 27% (8% vaak; 19% soms)

- Indicator 7 geeft het  % huishoudens dat in de woonbuurt vaak of soms stankoverlast ervaart: 23% (3% vaak, 20% soms).

- indicator 9 geeft het % bewoners tevreden over groenvoorzieningen in de buurt: 71% (in de stadspeiling vragen we niet naar groen en water, maar  alleen naar groenvoorzieningen).

-  indicator 10: we kunnen stellen dat inmiddels nagenoeg iedere woning in Nijmegen binnen 300 meter van 0,5 hectare aaneengesloten groen staat, dankzij de aanleg van een aantal parkjes afgelopen jaren.  We constateren evenwel ook dat in dichtbevolkte wijken het groen per inwoner lager is dan elders in de stad, en dat geldt natuurlijk zeker ook voor het centrum.

- Indicator 11: Een maat voor de kwaliteit van het riool is de resterende levensduur ervan. De indicator voor stabiele restlevensduur is met 0,79% gedaald. Dat betekent dat de restlevensduur licht gedaald is. We streven, over meerdere jaren gerekend, naar gelijkblijvende restlevensduur (0%). Over meerdere jaren beschouwd is de restlevensduur de afgelopen jaren vrijwel stabiel. Lichte variatie van jaar tot jaar is het gevolg van de berekeningswijze van deze indicator.”